Waarom een hoogbegaafd kind verantwoordelijkheid ontwijkt op school
Je vraagt een leerling om zijn werk af te maken, een fout te herstellen of zelf een oplossing te bedenken. In plaats van eigenaarschap te laten zien, zie je uitstelgedrag, discussie, afhaken, afleiding of een houding van ogenschijnlijke onverschilligheid. Dat kan frustrerend zijn, zeker als je voelt: dit kind kan zoveel meer dan het nu laat zien.
Bij hoogbegaafde kinderen wordt dit gedrag nog vaker verkeerd gelezen. Omdat ze verbaal sterk zijn, slim redeneren en vaak snel doorzien wat er gebeurt, lijkt het soms alsof ze bewust onder verantwoordelijkheid uit proberen te komen. Wat aan de buitenkant op onwil, gemakzucht of weerstand lijkt, is in de kern vaak iets anders. Juist bij hoogbegaafde leerlingen zit er onder ontwijkgedrag regelmatig een laag van perfectionisme, faalangst, overprikkeling, existentieel denken, frustratie of een diep gevoel van onbegrip.
Wie met hoogbegaafde kinderen werkt, weet dat hun gedrag zelden los te zien is van hun binnenwereld. Ze voelen veel, denken veel, signaleren veel en lopen daardoor ook sneller vast op situaties die voor de buitenwereld klein lijken. Verantwoordelijkheid ontwijken is dan geen zomaar lastig gedrag, maar vaak een beschermingsstrategie. Tegen falen, gezichtsverlies, verveling, overvraging. Of tegen het gevoel dat iets niet klopt, niet eerlijk is of niet bij hen past.
In dit blog lees je hoe je verantwoordelijkheid ontwijken bij hoogbegaafde kinderen beter leert begrijpen. Je ontdekt welke signalen eronder kunnen liggen, waarom dit gedrag juist bij cognitief sterke leerlingen vaak voorkomt en hoe je daar als leerkracht, intern begeleider of plusklascoördinator effectiever op kunt reageren. Want pas als je begrijpt wat een kind probeert te beschermen, kun je het helpen om echt verantwoordelijkheid te leren dragen.
Over Annita
Ik ben Annita. Al jaren werk ik met kinderen, ouders en professionals rond hoogbegaafdheid en gedrag. Wat ik in die tijd het meest heb geleerd, is dit: gedrag vertelt iets. Achter wat je ziet, zit bijna altijd iets wat nog niet begrepen wordt. Een behoefte, een spanning, iets wat aandacht vraagt. Dat blijft me fascineren en daar schrijf ik over.
Verantwoordelijkheid ontwijken is vaak niet het probleem, maar het signaal
Wat je als onderwijsprofessional ziet, is meestal alleen de buitenkant. Een leerling begint niet. Levert niet in. Maakt grapjes als iets lastig wordt. Praat ergens onderuit. Geeft een ander de schuld. Haakt af zodra de taak meer inspanning vraagt. Op papier lijkt dat op gebrek aan motivatie of verantwoordelijkheidsbesef.
Bij hoogbegaafde kinderen is de buitenkant zelden het hele verhaal. Juist deze leerlingen hebben vaak een sterke binnenwereld die je niet direct ziet. Ze kunnen intens reageren op fouten, scherp voelen wanneer iets niet klopt, moeite hebben met routinewerk of volledig blokkeren als iets niet meteen lukt. Wat dan zichtbaar wordt als ontwijken, is vaak een reactie op spanning, frustratie of innerlijke onveiligheid.
Daarom is het belangrijk om verantwoordelijkheid ontwijken niet te zien als eindconclusie, maar als startpunt van je analyse. Het gedrag vertelt je niet alleen dát er iets misgaat, maar ook dát er iets onder ligt wat aandacht vraagt.

Wat bedoelen we met verantwoordelijkheid ontwijken?
Verantwoordelijkheid ontwijken betekent niet alleen dat een kind simpelweg weigert. Het kan ook veel subtieler zichtbaar worden. Denk aan uitstellen, eindeloos discussiëren, afleidend gedrag, perfectionistisch blokkeren, hulpeloos reageren, snel opgeven, voortdurend bevestiging zoeken of het probleem buiten zichzelf leggen.
Bij hoogbegaafde leerlingen krijgt dit gedrag vaak een slim of sociaal acceptabel jasje. Ze stellen kritische vragen, trekken de opdracht in twijfel, benoemen waarom iets niet zinvol is of haken af met een opmerking als: “Dit is toch veel te makkelijk” of juist “Dit slaat nergens op.” Op de buitenkant lijkt het dan alsof het kind de taak afwijst, terwijl het in werkelijkheid vaak probeert te ontsnappen aan het gevoel dat die taak oproept.
Precies daar zit de nuance. Verantwoordelijkheid zelf is lang niet altijd wat een kind ontwijkt. Wat het ontwijkt, is de spanning, onzekerheid, frustratie of kwetsbaarheid die ermee samenhangt.
Veelvoorkomende oorzaken zijn
Angst, zelfbeeld en perfectionisme
1. Angst om te falen Veel hoogbegaafde kinderen zijn gewend dat dingen snel gaan. Ze krijgen vaak al jong terug dat ze slim zijn, snel denken of “altijd alles kunnen”. Dat lijkt positief, maar het kan ook druk geven. Want wat gebeurt er als iets ineens niet lukt?
Voor sommige kinderen voelt verantwoordelijkheid nemen dan als risico nemen. Zodra zij eigenaarschap tonen, kan ook zichtbaar worden dat iets moeilijk is, dat zij iets nog niet kunnen of dat hun resultaat tegenvalt. Dat kan veel schaamte oproepen. Door te ontwijken, blijft falen buiten beeld.
2. Bescherming van hun zelfbeeld Hoogbegaafde kinderen bouwen vaak een identiteit op rondom slim zijn. Niet omdat ze dat bewust kiezen, maar omdat hun omgeving dat regelmatig benadrukt. Daardoor kan inspanning ineens gevaarlijk voelen. Want als je moeite moet doen, ben je dan nog wel echt slim?
Je ziet dan kinderen die liever niet beginnen, afhaken bij uitdaging of een taak bagatelliseren. Ze beschermen hun zelfbeeld, want niet-proberen voelt veiliger dan proberen en misschien niet excelleren.
3. Perfectionisme en verlammingsgedrag Perfectionisme is bij hoogbegaafdheid een bekende factor. Veel van deze kinderen leggen de lat extreem hoog. Ze willen het goed doen, soms foutloos, soms direct, soms op een niveau dat niet realistisch is.
Daardoor kan een relatief gewone opdracht al verlammend werken. Als het niet meteen perfect kan, voelt niet beginnen veiliger. Dan lijkt het alsof een kind geen verantwoordelijkheid neemt, terwijl het in werkelijkheid vastloopt op zijn eigen hoge norm.
4. Onvoldoende frustratietolerantie Slim zijn is niet hetzelfde als geoefend zijn in moeite doen. Veel hoogbegaafde kinderen hebben in hun schoolloopbaan te weinig echte leerfrictie ervaren. Ze konden lange tijd meeliften op inzicht en snelheid, zonder echt te hoeven oefenen in doorzetten, fouten maken of vastlopen.
Zodra een taak dan wél inspanning vraagt, ontbreekt soms de vaardigheid om die frustratie te verdragen. Het kind haakt af, ontwijkt, wordt boos of zoekt een uitweg. Omgaan met ongemak is dan nog onvoldoende ontwikkeld.
Overprikkeling, betekenis en autonomie
5. Overprikkeling en mentale overbelasting Hoogbegaafde kinderen nemen vaak veel waar. Ze denken snel, signaleren veel in hun omgeving en verwerken indrukken intens. Daardoor kunnen zij sneller overprikkeld raken, ook in een klas waar aan de buitenkant niets bijzonders lijkt te gebeuren.
Wanneer een kind al vol zit, wordt verantwoordelijkheid nemen moeilijker. Dan is er minder ruimte voor plannen, starten, schakelen en volhouden. Wat je ziet, is uitstel of ontwijking. Wat eronder zit, is overbelasting.
6. Gebrek aan aansluiting of betekenis Niet elk ontwijkgedrag komt voort uit angst. Bij hoogbegaafde kinderen speelt ook regelmatig een gebrek aan cognitieve of existentiële aansluiting. Als een taak te eenvoudig, herhalend, oppervlakkig of betekenisloos voelt, kan een leerling afhaken. Het is geen luiheid, maar het werk vindt intern geen haakje.
Deze kinderen willen vaak begrijpen waarom iets moet, wat het doel is en of het ergens toe dient. Als dat ontbreekt, ontstaat sneller weerstand, en lijkt het alsof een kind geen verantwoordelijkheid wil nemen.
7. Behoefte aan autonomie en controle Veel hoogbegaafde leerlingen hebben een sterke behoefte aan autonomie. Ze willen invloed op hoe iets gaat, waarom het gebeurt en op welke manier ze mogen leren. Wanneer die ruimte ontbreekt, kunnen ze in verzet of vermijding schieten.
Dat zie je bijvoorbeeld bij kinderen die gaan discussiëren, alternatieven bedenken, opdrachten traineren of afhaken zodra ze zich gestuurd voelen. Dat gedrag kan lastig zijn, maar is vaak een poging om grip te houden in een situatie die voor hen te strak of niet passend voelt.
Wat probeert een hoogbegaafd kind onder dit gedrag te beschermen?
Onder ontwijkgedrag zit bijna altijd een behoefte. Bij hoogbegaafde kinderen gaat het vaak om de behoefte aan veiligheid, competentie, autonomie, erkenning, rust of betekenis. Het gedrag is dan geen willekeurige tegenbeweging, maar een poging om iets van binnen overeind te houden.
Soms beschermt een kind zijn zelfbeeld, zijn gevoel van controle. Soms voorkomt het schaamte of schermt het zich af tegen verveling, overprikkeling of het gevoel dat niemand echt begrijpt wat er in hem omgaat.
Wanneer je daarnaar leert kijken, verandert er iets. Dan zie je niet langer alleen een kind dat onder verantwoordelijkheid uit probeert te komen, maar een kind dat nog geen betere manier heeft gevonden om met spanning of mismatch om te gaan.
De strategie van het kind is meestal niet manipulatief, maar functioneel
Bij slim taalgebruik of sterke argumentatie denken volwassenen soms snel: dit kind manipuleert. Zeker bij hoogbegaafde leerlingen kan dat gevoel ontstaan, omdat zij verbaal sterk zijn en soms feilloos aanvoelen waar ruimte zit.
Toch helpt het zelden om dit gedrag moreel te duiden. In de meeste gevallen is het functioneel gedrag. Het werkt ergens voor. Het voorkomt spanning, stelt mislukking uit, bewaakt autonomie of houdt kwetsbaarheid op afstand.
Dat betekent niet dat je het gedrag laat bestaan. Wel dat je beter begrijpt waarom het steeds terugkomt. Precies dat begrip maakt je interventie effectiever.
Wat gaat er op school vaak mis in de interpretatie?
In scholen wordt verantwoordelijkheid vaak nog gezien als iets dat een kind gewoon moet laten zien. Doet het dat niet, dan ligt de verklaring al snel in motivatie, houding of karakter. Daarmee stopt het kijken echter te vroeg.
Bij hoogbegaafde kinderen gaat het extra vaak mis, omdat hun gedrag een vertekend beeld kan geven. Ze lijken mondig, capabel en zelfstandig. Daardoor wordt sneller gedacht: hij kan dit best, hij wil gewoon niet. Kunnen denken is echter niet hetzelfde als kunnen reguleren, verdragen, plannen of hulp vragen.
Wat er vaak misgaat: de focus ligt te veel op de zichtbare buitenkant, er wordt te weinig onderscheid gemaakt tussen niet willen en niet kunnen, en de hoeveelheid spanning, perfectionisme of mismatch die onder hoogbegaafd gedrag kan liggen wordt structureel onderschat.
Hoe herken je het verschil tussen onwil, onmacht en bescherming?
Dat verschil is cruciaal. Een kind dat iets niet wil, vraagt iets anders dan een kind dat iets nog niet kan of psychologisch iets probeert te voorkomen. Toch lopen die drie in de praktijk vaak door elkaar.
Daarom helpt het om verder te kijken dan het incident zelf. Kijk naar momenten waarop het gedrag opduikt. Is het vooral bij nieuwe taken? Is het bij open opdrachten correctie, groepswerk, saaie herhaling, iets dat inspanning vraagt? Juist die context geeft informatie.
Let ook op de emotionele lading. Een kind dat lacherig wordt, fel reageert, dichtklapt of discussie zoekt op precies die momenten dat het kwetsbaar wordt, laat vaak meer zien dan alleen weerstand. Dan kijk je waarschijnlijk naar bescherming.
Vijf hoofdvragen rondom verantwoordelijkheid
1. Is verantwoordelijkheid ontwijken bij hoogbegaafde kinderen normaal? In zekere zin wel. Veel hoogbegaafde kinderen worstelen met dingen die aan de buitenkant niet direct zichtbaar zijn: perfectionisme, een laag frustratie-uithoudingsvermogen, sterke rechtvaardigheidsgevoelens, overprikkeling of een diepere behoefte aan autonomie en betekenis. Daardoor kan ontwijkgedrag relatief vaak voorkomen.
Tegelijk is het niet iets om weg te wuiven. Als het gedrag hardnekkig wordt, het leren belemmert of veel spanning geeft, is het belangrijk om verder te kijken. Dan heb je meestal niet te maken met een fase, maar met een patroon.
2. Hoe reageer ik zonder mee te gaan in het ontwijken? Door begrip en begrenzing te combineren. Je hoeft gedrag niet goed te praten om het wel serieus te nemen. Benoem rustig wat je ziet, houd de verwachting helder en maak de stap kleiner en concreter.
Bij hoogbegaafde kinderen werkt dat vaak beter dan harder duwen. Hoe meer druk zij ervaren, hoe groter de kans dat de tegenbeweging toeneemt. Je helpt hen door de weg naar verantwoordelijkheid haalbaar te maken, de verantwoordelijkheid zelf neem je niet over.
3. Waarom zie ik dit juist bij slimme leerlingen? Omdat intelligentie niet beschermt tegen onzekerheid, faalangst of overprikkeling. Sterker nog: juist kinderen die veel denken en voelen, lopen soms eerder vast. Daarbij hebben veel hoogbegaafde leerlingen weinig geoefend in omgaan met inspanning of niet-direct-succes.
Daardoor ontstaat een paradox: een kind kan cognitief ver voorlopen, maar sociaal-emotioneel of executief nog zoeken naar hoe het met spanning en verantwoordelijkheid omgaat. Dat verschil wordt vaak onderschat.
Wanneer extra ondersteuning nodig is
4. Wat als een leerling alles inhoudelijk ter discussie stelt? Dan is het belangrijk om onderscheid te maken tussen echte inhoudelijke behoefte en ontwijking via het hoofd. Hoogbegaafde kinderen stellen soms terechte vragen. Ze willen snappen waarom iets moet en waar het toe dient. Dat is niet verkeerd.
Analyse wordt ook weleens een vluchtroute. Dan blijft een kind in de discussie hangen om niet te hoeven starten, kiezen of risico te nemen. In dat geval erken je de vraag, maar help je het kind daarna terug naar de taak.
5. Wanneer is extra ondersteuning nodig? Wanneer het patroon langdurig is, steeds terugkomt, de relatie belast of samenhangt met bredere signalen zoals schoolstress, angst, perfectionisme, somberheid of vastlopen in leren. Ook wanneer een hoogbegaafd kind structureel onderpresteert of emotioneel ontregeld raakt bij verantwoordelijkheid, is het verstandig om breder te kijken.
Afstemming met intern begeleider, specialist hoogbegaafdheid of andere betrokkenen kan dan helpend zijn. Om preciezer te begrijpen wat dit kind nodig heeft.

Vergelijkingen die veel lezers maken
Verantwoordelijkheid ontwijken of gewoon luiheid? Dat is vaak de eerste gedachte. Zeker als een kind slim is en weinig lijkt te doen. Luiheid is bij hoogbegaafde kinderen meestal een te simpele verklaring. Achter het gedrag zit vaak spanning, frustratie, mismatch of gebrek aan uitdaging.
Verantwoordelijkheid ontwijken of faalangst? Faalangst speelt vaak mee, maar verklaart niet alles. Het gaat lang niet altijd om bang zijn voor fouten. Soms draait het meer om verlies van controle, gebrek aan betekenis, perfectionisme of overprikkeling. Door niet alles onder faalangst te schuiven, kijk je scherper.
Verantwoordelijkheid ontwijken of oppositioneel gedrag? Sommige hoogbegaafde kinderen reageren fel, scherp of afwijzend. Dat kan oppositioneel lijken. Die weerstand ontstaat echter vaak juist op momenten waarop het kind zich innerlijk kwetsbaar voelt of zich niet gezien weet in wat het nodig heeft. Wat op verzet lijkt, is dan vooral verdediging.
Veelgestelde vragen over dit onderwerp
Moet ik een leerling aanspreken of juist ontlasten? Allebei, maar op verschillende momenten en op verschillende manieren. Eerst wil je begrijpen wat er onder het gedrag ligt. Daarna spreek je een kind aan op gedrag dat wél haalbaar is. Bij hoogbegaafde kinderen is het extra belangrijk dat verantwoordelijkheid niet als abstracte norm blijft hangen, maar concreet, overzichtelijk en betekenisvol wordt gemaakt.
Wat zeg ik op het moment zelf? Houd je taal rustig, helder en zonder strijd. Bijvoorbeeld: “Ik zie dat je nu vastloopt. We maken het kleiner. Jij start met de eerste stap, daarna kijk ik met je mee.” Zo blijf je duidelijk, zonder het kind verder in de weerstand te duwen.
Hoe voorkom ik machtsstrijd? Door niet op de buitenkant te blijven duwen als het gedrag eigenlijk bescherming is. Hoogbegaafde kinderen gaan vaak de strijd aan wanneer zij zich niet gezien, niet serieus genomen of te strak gestuurd voelen. Minder trekken en meer afstemmen voorkomt vaak escalatie.
Is dit gedrag een signaal van onderpresteren? Dat kan zeker. Vooral wanneer een hoogbegaafd kind structureel afhaakt, weinig inzet toont, uitdaging vermijdt of zich kleiner houdt dan het eigenlijk kan, is ontwijkgedrag soms onderdeel van onderpresteren. Dan kijk je niet alleen naar gedrag, maar ook naar de bredere leerontwikkeling en motivatie.
Wat kan een plusklascoördinator of specialist hoogbegaafdheid hierin betekenen? Die kan helpen om gedrag beter te duiden in de context van hoogbegaafdheid. Juist specialistische kennis helpt om patronen van perfectionisme, mismatch, autonomiebehoefte en onderpresteren eerder te herkennen en beter te begeleiden.
Praktische tips: zo help je een hoogbegaafd kind verantwoordelijkheid opbouwen
Maak verantwoordelijkheid concreet en niet te groot
Zeg niet alleen: “Neem verantwoordelijkheid voor je werk.” Dat is voor veel kinderen te abstract. Zeg liever: “Kies nu met welke opdracht je begint, zet je eerste antwoord op papier en kom daarna bij me terug.” Dat maakt de stap overzichtelijk en uitvoerbaar.
Hoogbegaafde kinderen haken vaak af op vaagheid, op te grote gehelen of op taken zonder duidelijke ingang. Klein maken is niet hetzelfde als verlagen. Het is een manier om instappen mogelijk te maken.
Geef betekenis aan de taak
Leg uit waarom iets ertoe doet. Niet elk kind heeft die uitleg nodig, maar veel hoogbegaafde leerlingen wel. Als zij de relevantie niet voelen, daalt hun betrokkenheid direct.
Dat betekent niet dat alles leuk moet zijn. Wel dat jij helder kunt maken wat het doel is, waarom deze stap belangrijk is en wat het kind hier eigenlijk mee oefent. Betekenis vergroot bereidheid.
Normaliseer moeite, frictie en fouten
Veel hoogbegaafde kinderen hebben onbewust geleerd dat slim zijn betekent dat iets snel moet lukken. Daardoor raakt moeite doen snel gekoppeld aan falen. Juist daarom is het belangrijk dat je expliciet maakt: leren mag schuren.
Benoem dat vastlopen, zoeken, herschrijven en fouten maken niet betekenen dat een kind tekortschiet, maar dat het daadwerkelijk aan het leren is. Dat haalt druk van perfect presteren af.
Werk aan frustratietolerantie, niet alleen aan resultaat
Sommige kinderen hebben niet zozeer hulp nodig bij de taak zelf, maar bij het verdragen van het gevoel tijdens de taak. Denk aan irritatie, onzekerheid, ongeduld of innerlijke weerstand. Help hen woorden geven aan die ervaring.
Je kunt bijvoorbeeld zeggen: “Volgens mij is het niet alleen lastig, maar vooral frustrerend dat het niet meteen lukt.” Daarmee help je een kind herkennen wat er vanbinnen gebeurt — en dat is de eerste stap naar zelfsturing.
Bied autonomie binnen duidelijke kaders
Hoogbegaafde kinderen doen het vaak beter wanneer zij enige keuzevrijheid ervaren. Laat hen bijvoorbeeld kiezen in volgorde, werkvorm, samenwerkingsvorm of manier van uitwerken. Dat verlaagt weerstand zonder dat de norm verdwijnt.
Autonomie werkt alleen goed binnen heldere grenzen. De boodschap is dan ook: jij bepaalt niet óf je dit doet, maar je krijgt wel invloed op hóe je instapt.
Onderzoek patronen samen met het kind
Veel hoogbegaafde kinderen kunnen verrassend goed reflecteren, mits je de juiste ingang kiest. Vraag niet alleen: “Waarom deed je dit?” maar eerder: “Wat gebeurde er vanbinnen toen je moest beginnen?” of “Wat wilde je op dat moment vermijden?”
Dat soort vragen helpt een kind om gedrag niet alleen te laten zien, maar ook te begrijpen. En zonder dat begrip ontstaat er zelden echt eigenaarschap.
Vragen, zorgen en bezwaren die je als lezer misschien hebt
Doet een kind dit expres? Soms deels, maar zelden zo simpel als het lijkt. Een kind merkt vaak wel dat ontwijken iets oplevert: meer tijd, minder spanning, minder risico. Volledig bewust of berekend is het gedrag vrijwel nooit. Vaak gaat het om een ingesleten beschermingsreactie.
Maak ik mijn klas niet te soft als ik hier te veel begrip voor heb? Begrip is niet hetzelfde als grenzeloosheid. Juist wanneer je gedrag beter begrijpt, kun je preciezer begrenzen. Dan reageer je niet softer, maar slimmer.
Waarom zie ik dit zo vaak bij hoogbegaafde kinderen? Omdat hoogbegaafdheid niet alleen gaat over slim denken, maar vaak ook over intensiteit, gevoeligheid, perfectionisme, autonomie en een andere manier van informatie verwerken. Dat maakt deze kinderen niet zwakker, maar wel complexer in hun reacties op schoolse verwachtingen.
Ik heb in een volle klas geen tijd voor zulke diepe analyses. Dat gevoel is logisch. Toch begint goed kijken vaak niet met grote trajecten, maar met kleine verschuivingen in wat je opmerkt en hoe je reageert. Eén patroon beter begrijpen kan al veel herhaalde strijd en ineffectieve correctie schelen.
Praktijkvoorbeelden die je kunt herkennen
De hoogbegaafde leerling die alles uitstelt Hij begint nooit echt. Er is altijd nog een vraag, een omweg, een grap of een reden waarom hij nog niet kan starten. Het lijkt passief. Onder de oppervlakte is hij bang dat zijn werk niet goed genoeg zal zijn zodra hij echt begint.
Het kind dat afhaakt zodra het moeilijk wordt In makkelijke taken laat zij veel zien. Zodra een opdracht open, complex of uitdagend wordt, blokkeert ze. Ze noemt het saai of zinloos, de werkelijkheid is dat ze uit balans raakt zodra succes niet meer vanzelfsprekend is.
De leerling die overal een discussie van maakt Hij stelt scherpe vragen, trekt instructies in twijfel en wil overal de logica van weten. Soms zijn zijn vragen inhoudelijk sterk. Op kwetsbare momenten gebruikt hij denken ook als uitweg om niet te hoeven starten of om geen risico te lopen.
Het kind dat hulpeloos lijkt, terwijl het slim genoeg is Zij zegt meteen dat ze het niet kan, zoekt voortdurend bevestiging en wacht tot een volwassene het overneemt. Afhankelijk gedrag, lijkt het. Onder die houding zit weinig vertrouwen in wat ze kan zodra het niet meteen helder of perfect is.
Conclusie
Een hoogbegaafd kind dat verantwoordelijkheid ontwijkt, laat niet alleen lastig gedrag zien. Het laat informatie zien. Achter uitstel, discussie, afhaken, perfectionistisch blokkeren of schuld buiten zichzelf leggen, zit vaak een poging om iets te beschermen: het zelfbeeld, de autonomie, de rust, de veiligheid of het gevoel van competentie.
Juist daarom is het zo belangrijk om bij hoogbegaafde leerlingen niet te snel te blijven hangen in woorden als onwil, gemakzucht of weerstand. Want hoe slimmer een kind lijkt, hoe groter het risico soms is dat volwassenen de binnenkant missen. En precies daar ontstaat misinterpretatie.
Wanneer jij als professional leert kijken naar de functie onder het gedrag, verandert je aanpak. Je gaat minder trekken aan de buitenkant en meer werken aan wat het kind vanbinnen nog nodig heeft om verantwoordelijkheid werkelijk te kunnen dragen. Je reactie wordt dan effectiever. En uiteindelijk is dat precies wat deze kinderen nodig hebben: volwassenen die verder kijken dan gedrag alleen.
Wil je hoogbegaafde kinderen beter leren begrijpen in wat zij met hun gedrag laten zien? Dan begint het bij scherper kijken. Want pas als je begrijpt wat een kind beschermt, kun je het helpen groeien in eigenaarschap.
Gratis download
Wil je hier verder mee aan de slag? Download dan de gratis weggever, lees het vervolgartikel of bekijk de verdiepende materialen. Zo zet je de stap van gedrag zien naar gedrag begrijpen, ook bij hoogbegaafde leerlingen.