Authentiek begeleiden: waarom je eerst jezelf moet durven aankijken
Als ik zelf geen innerlijk proces durf aan te gaan, hoe kan ik er dan écht zijn voor mijn klanten?
De afgelopen tijd heb ik niet alleen geleerd over systemen, teams en organisaties. Ik heb misschien wel de belangrijkste les geleerd: over mezelf.
Elke nieuwe kennis, elke oefening, elke opstelling liet me iets zien. Niet alleen over de ander, maar ook over mijn eigen plek. Mijn bewegingen. Mijn patronen.
Ik ontdekte dat ik soms harder ga werken als ik het niet weet. Dat ik graag wil dat het goedkomt. Dat ik het graag goed wil doen — voor de ander, maar ook voor mezelf.
En ik ontdekte: hoe meer ik probeer op te lossen, hoe minder ik kan zijn. Hoe meer ik probeer te sturen, hoe minder ruimte er is voor het geheel.
Daarin zit mijn les. Dat ik niet alles hoef te weten. Dat ik niet alles hoef te fixen. Dat ik mag kijken. Luisteren. Vertrouwen. Ook als het spannend wordt. Ook als iets in mij geraakt wordt.
Want hoe beter ik mezelf zie, hoe beter ik de ander kan zien. Hoe meer ik mijn eigen pijn en onzekerheid erken, hoe minder ik die projecteer op de ander. Hoe meer ik ruimte maak in mij, hoe meer ruimte ik kan geven aan de ander.
En dat… dát maakt dat ik mijn werk met zoveel liefde en toewijding doe. Niet perfect. Niet alleswetend. Maar aanwezig. Met een open hart.
Ik merk dat elke keer dat ik iets nieuws leer, ik een laagje dieper zak. Dat ik weer een puzzelstukje van mezelf vind. En dat juist dát maakt dat ik anderen mag begeleiden bij hun eigen puzzeltocht.
Het blijft een reis. Van binnen én van buiten. En misschien is dat wel het mooiste van mijn vak: dat ik elke dag mee mag bewegen. Mee mag kijken. Mee mag leren. Dat ik mag leren van mijn klanten en zij van mij. Dat we elkaar telkens opnieuw mogen ontmoeten, precies zoals het is.