Bang om te falen? Zo herken je faalangst en leer je ermee omgaan
Eindelijk… je hebt die nieuwe baan.
Met gemengde gevoelens neem je afscheid van je oude werk. Het was eigenlijk best fijn.
Lieve collega’s. Mooie herinneringen. En ineens hoor je die stem in je hoofd: “Waarom wilde ik hier eigenlijk zo graag weg?”
Je voelt een vleugje spijt. Een lichte paniek. “Wat heb ik gedaan? Zoiets krijg ik nooit meer terug.”
De stress kruipt in je lijf. Je slaapt slechter. Je gedachten draaien overuren.
In je oude baan was er geen doorgroeimogelijkheid. Geen salarisverhoging. Zelfs niet na die Post-HBO-opleiding die je met zoveel moeite hebt afgerond. De boosheid groeide. De frustratie ook.
“Ik heb hier toch niet voor niets zo hard voor gewerkt?”
En nu… heb je een nieuwe baan. Een beter salaris, een opleiding erbij, een mooie kans. Je kijkt ernaar uit. Natuurlijk voel je spanning. Dat hoort erbij.
De eerste werkdag ga je er vol goede moed naartoe.
Maar…
Nog geen twee weken later voel je het al.
De twijfel. De moedeloosheid.
“Is dit wel de juiste keuze?”
Je slaapt slecht. De opleiding voelt zwaarder dan je dacht. De toetsen en testen benauwen je. En ergens vraag je je af: “Waarom ben ik hieraan begonnen?”
Je mist je oude baan. De vrijheid. Het vertrouwde. Je googelt alweer naar vacatures.
Is dit faalangst?
Faalangst is bang zijn om tekort te schieten.
Om niet goed genoeg te zijn.
Om te falen.
En je lijf… dat reageert meteen:
- Trillen
- Het niet meer weten
- Zweten
- Buikpijn, misselijkheid
- Verlamd voelen
- Warm, koud
Hoe ontstaat faalangst?
Diep van binnen verlangen we allemaal naar vijf dingen:
Gehoord worden. Gezien worden. Geliefd zijn. Gewaardeerd worden. Gerespecteerd worden.
Ik noem ze de 5 G’s.
Als kind heb je die 5 G’s nodig om je compleet en heel te voelen. Maar als er een tekort was, ga je als volwassene op zoek. Een tekort aan de 5 G’s kan leiden tot een laag zelfbeeld.
Tot twijfel. Tot het idee dat de ander beter is. Dat jij niet goed genoeg bent. Dat je je altijd maar moet bewijzen.
Zie je iemand die het beter lijkt te doen? Dan zet je die ander op een voetstuk. En jij? Jij voelt je klein. Je probeert op te klimmen. Maar hoe harder je klimt, hoe groter de afstand lijkt.
- “Ik kan het niet.”
- “Het lukt me toch niet.”
- “Ik doe het fout.”
- “Moet je mij nou zien…”
Dat zijn de stemmetjes van faalangst.
Faalangst de baas
Hoe dan?
Door je bewust te worden van je krachten, je talenten, je kwaliteiten. En ook van je valkuilen. Je triggers. Door niet langer de schijn op te houden. Je hoeft niet te laten zien hoe goed je bent. Je mag laten zien wie je bent.
Door je kwetsbaar op te stellen, hoe spannend dat ook voelt. Want kwetsbaarheid voelt in het begin niet fijn…
Totdat je de kracht ervan ontdekt. Dan schuif je de schaamte opzij. Dan kom je dichter bij jezelf.
Steeds steviger.
Ik weet het.
Het klinkt makkelijker dan het is. Daarom loop ik graag met je mee.
En onze kinderen?
Ook kinderen kunnen die angst om te falen voelen. De angst om niet goed genoeg te zijn. En net als volwassenen… kunnen ze dat maskeren.
Met gedrag. Met terugtrekken. Met perfectionisme. Met “boos doen”.
Wil je als ouder, school of leerkracht weten hoe je faalangst bij kinderen kunt herkennen? Of hoe je hen kunt helpen om ermee om te gaan?