Is hoogbegaafdheid erfelijk? Wat dit voor jou als ouder kan betekenen
Wat mij regelmatig opvalt, is dat een onderzoek naar een kind soms onverwacht ook iets losmaakt bij de ouders.
Ouders komen omdat ze meer willen begrijpen over hun zoon of dochter. Tijdens het gesprek gaat het over de uitslag, over wat de intelligentietest laat zien en over wat dat voor hun kind betekent.
En dan stel ik een vraag.
“Herkent u dit ergens in de familie?”
Vaak wordt het dan even stil. Ik zie ouders terugdenken aan hun eigen schooltijd, hun eigen ervaringen en de vragen die ze daar nooit eerder bij hadden gesteld. Aan het gevoel dat ze anders naar de wereld leken te kijken dan de mensen om hen heen. Aan opmerkingen op rapporten als “kan meer dan hij laat zien” of “is snel afgeleid”.
Soms is dat de eerste keer dat ze zich afvragen of er misschien ook iets over henzelf wordt verteld.
Erfelijkheid gaat over meer dan genen
Als we het over erfelijkheid hebben, denken veel mensen aan een eigenschap die je wel of niet hebt meegekregen. Bij hoogbegaafdheid ligt dat genuanceerder.
Onderzoek laat zien dat intelligentie voor een belangrijk deel samenhangt met erfelijke aanleg. Daniëlle Posthuma en haar collega’s laten in hun onderzoek zien dat genetische factoren hierin een grote rol spelen. Tegelijkertijd ontstaat hoogbegaafdheid niet door één gen. Het is het samenspel van veel genetische factoren, die bij ieder kind weer anders samenkomen.
Daarnaast blijft ook de omgeving belangrijk. Een kind met veel aanleg heeft uitdaging, erkenning en ruimte nodig om die aanleg tot ontwikkeling te laten komen.
Waarom deze vraag zoveel kan raken
Wat deze vraag zo bijzonder maakt, is dat ze vaak verder gaat dan het kind. Ouders gaan anders naar zichzelf kijken.
Ze begrijpen ineens waarom school zoveel energie kostte. Waarom ze zich soms alleen voelden in hun manier van denken. Waarom ze zich jarenlang hebben aangepast of juist steeds weer in discussie raakten.
Dat kan opluchting geven. Het kan ook verdriet oproepen. Omdat je je ineens realiseert hoeveel er misschien anders had kunnen lopen als iemand dat vroeger had gezien.
Ik merk dat beide gevoelens er vaak tegelijk zijn. En misschien hoeft dat ook niet anders.
En dan kijk je ook anders naar je andere kinderen
Wat ik regelmatig zie, is dat een onderzoek naar één kind ook iets anders in beweging zet. Ouders gaan ineens met andere ogen naar hun andere kinderen kijken.
Ze denken terug aan hoe ieder kind zich ontwikkelde. Wie veel vragen stelde. Wie overal over nadacht. Wie juist rustig was en weinig aandacht vroeg.
Hoogbegaafdheid komt binnen families vaker voor. Dat betekent niet dat een broer of zus automatisch ook hoogbegaafd is. Wel kan het maken dat je nieuwsgierig wordt. Je vraagt je af of je bepaalde dingen misschien anders mag bekijken dan je tot nu toe hebt gedaan.
Juist de kinderen die zich gemakkelijk aanpassen of zonder veel problemen door de basisschool lijken te gaan, worden niet altijd verder onderzocht. Daar is vaak ook geen directe aanleiding voor. Toch zie ik regelmatig dat ouders achteraf zeggen: “Eigenlijk liet hij of zij ook veel kenmerken zien, alleen op een andere manier.” Meer hierover lees je in [Waarom een broer of zus altijd meespeelt in wie een kind wordt].
Wat dit voor je andere kinderen kan betekenen
Je hoeft daar niet meteen iets mee te doen. Je hoeft niet direct een onderzoek aan te vragen of op zoek te gaan naar een bevestiging.
Misschien is het voor nu al genoeg om met een open blik naar je andere kinderen te kijken. Niet om overal hoogbegaafdheid in te zien. Wel om nieuwsgierig te blijven naar wie ieder kind is, hoe ieder kind leert en wat ieder kind nodig heeft om tot bloei te komen.
Vragen die vaak meespelen
Is hoogbegaafdheid volledig erfelijk bepaald? Niet volledig. Erfelijke aanleg en de omgeving waarin een kind opgroeit lijken altijd samen te werken.
Als ik zelf niet hoogbegaafd ben, kan mijn kind dat dan wel zijn? Ja, dat komt voor. Aanleg ontstaat uit heel veel kleine genetische factoren tegelijk, die soms onverwacht samenvallen.
Moet ik mezelf laten testen als ik dit patroon bij mezelf herken? Dat hoeft niet. Voor sommigen geeft een officiële uitslag houvast, voor anderen is de herkenning zelf al genoeg.
Betekent dit dat al mijn kinderen hoogbegaafd zijn? Niet automatisch, al lijkt de kans groter dan gemiddeld. Elk kind verdient een eigen, onbevooroordeelde blik.
Wat je hiermee kunt
Misschien herken je jezelf in dit verhaal. Misschien helemaal niet. Allebei is goed.
Je hoeft jezelf niet direct te laten onderzoeken om iets aan deze ontdekking te hebben. Soms is het al genoeg om met wat meer mildheid terug te kijken naar jezelf. Om te begrijpen waarom bepaalde dingen vroeger zo moeilijk voelden of waarom je je op sommige momenten zo anders hebt gevoeld.
En misschien helpt het je ook om met dezelfde nieuwsgierigheid naar je kind te blijven kijken.
Want uiteindelijk gaat het daarom. Niet om de vraag van wie de hoogbegaafdheid is geërfd. Wel om de vraag wat jouw kind nodig heeft om zichzelf te kunnen zijn.
Herken je dit patroon eerder bij jezelf dan bij je kind? Lees dan Laat-herkend hoogbegaafd: wat er gebeurt als je het pas als volwassene ontdekt. Of wil je weten hoe dit ook broers en zussen kan raken: Waarom een broer of zus altijd meespeelt in wie een kind wordt.