Leren mag een beetje pijn doen: waarom AUW! bij BOUW! hoort
Een kind zit voorovergebogen over een half afgemaakt bouwwerk. Het plan werkte niet. De toren viel om, precies op het moment dat het laatste blokje erop moest. Het gezicht vertrekt, de schouders zakken. Er komt een zucht, en die gaat over meer dan die ene toren.
Ik zie dit moment vaak, in allerlei vormen, bij kinderen die iets bouwen, tekenen, uitzoeken. Je eerste opwelling is dan waarschijnlijk troosten. Een blokje aangeven, iets voorzeggen, misschien zelf even meehelpen om de toren weer overeind te krijgen. Dat komt voort uit zorg, niet uit iets verkeerds.
En toch zag ik keer op keer iets anders gebeuren, precies op het moment dat ik dacht dat er niets meer te doen viel. Op het moment dat het plan niet werkte, begon dit kind namelijk na te denken. Niet ervoor. Erna. Dat verraste me de eerste keer echt.
Wat ik hierin ben gaan herkennen
Er zit een dubbele betekenis in de naam BAUW!, en die kwam niet toevallig tot stand. AUW, want leren doet soms een beetje pijn, gewoon omdat iets niet meteen lukt. BOUW, want leren is bouwen: aan een werkstuk, een idee, een oplossing, en ondertussen ook aan jezelf.
Die twee horen bij elkaar. Zonder de AUW blijft er weinig te bouwen over. Cognitief psycholoog Robert Bjork noemt dat “desirable difficulties”: leren dat een beetje moeite kost, blijft beter hangen dan leren dat moeiteloos aanvoelt. Doet een kind alleen wat het al kan, dan gebeurt er in de hersenen weinig nieuws. Pas zodra iets nog niet vanzelf lukt, gaan ze écht aan het werk.
Dat ongemakkelijke gevoel is dus geen storing in het proces. Het is het proces zelf.
Wat ik hierin bij hoogbegaafde kinderen vaak zie
Herken je een kind dat, zodra iets niet meteen lukt, wil stoppen, boos wordt, of het liefst helemaal opnieuw wil beginnen alsof de vorige poging niet telde? Dan herken je waarschijnlijk hetzelfde patroon dat ik bij die omgevallen toren zag.
Bij hoogbegaafde kinderen kom ik dit vaak sterker tegen. Hun denken is snel, diep en gevoelig, en daardoor verwachten ze soms ook dat het doen net zo moeiteloos zal gaan als het denken. Lukt iets dan niet in één keer, dan voelt dat niet als een kleine tegenslag. Het voelt als een persoonlijke teleurstelling, soms zelfs als falen van wie ze zijn, een patroon dat ik uitgebreider beschrijf in Perfectionisme bij hoogbegaafde kinderen: signalen in de klas en wat helpt.
Wat ik ouders en leerkrachten hierin vaak meegeef
Ik zeg dan vaak: benoem het gevoel, poets het niet weg. “Dit doet even pijn, en dat hoort erbij” zegt iets anders dan “het komt wel goed”. Het eerste erkent het ongemak. Het tweede probeert het te laten verdwijnen, en een kind voelt dat verschil feilloos aan.
Ik vertel er graag het verhaal van de bouwer bij. Een echte bouwer begint niet met het dak, hij legt eerst een fundering en bouwt daarna stap voor stap verder. Zo werkt leren ook: de stappen lijken soms langzaam, en precies daardoor kom je uiteindelijk verder.
Wat ik zelf altijd probeer, is vragen in plaats van oplossen. “Wat zou je nu anders kunnen proberen?” houdt het denken bij het kind zelf, in plaats van dat ik het overneem.
En ik benoem vooruitgang, ook de kleine stap die niemand anders opmerkt. “Ik zag dat je het deze keer anders aanpakte” zegt meer dan een compliment over het eindresultaat alleen.
Vragen die vaak meespelen
Is het niet gewoon aardiger om een kind te helpen als het vastloopt? Op het moment zelf voelt hulp aardig. Op de langere termijn helpt het een kind meer als het zelf de ruimte krijgt om te zoeken, met jou erbij, niet in plaats van het kind.
Hoe lang laat ik een kind vastlopen voordat ik ingrijp? Er is geen vaste tijd. Let op het verschil tussen een kind dat nog aan het zoeken is, en een kind dat echt vastzit en overspoeld raakt. Het eerste vraagt geduld, het tweede vraagt nabijheid.
Geldt dit ook voor heel jonge kinderen? Ja, al past de vorm zich aan. Ook een kleuter leert al dat een blokkentoren omvallen bij het bouwen hoort, als je het zo laat benoemen.
Wat als een kind na een mislukking helemaal wil stoppen? Dat is een signaal dat het moment te groot voelde. Kleine stappen, en de erkenning dat stoppen even mag, helpen vaak meer dan aandringen om meteen door te zetten.
Terug naar die omgevallen toren
Het vertrokken gezicht, de zucht die verder ging dan die ene toren. Ik hoefde dat moment niet weg te nemen. Het was precies het moment waarop het denken begon, dat zie ik nog steeds telkens opnieuw.
AUW hoort bij BOUW, niet ernaast. Dat besef vormt de kern van BAUW!: een werkboek dat een kind niet alleen leert wat het maakt, ook hoe het overeind blijft wanneer het eerste plan niet werkt.
Herken je dit patroon vooral bij een kind dat stappen overslaat om maar niet vast te lopen? Lees dan Waarom hoogbegaafde kinderen soms stappen overslaan, en waarom dat een boot doet zinken. Herken je dit patroon vooral bij een kind dat stappen overslaat om maar niet vast te lopen? Lees dan Waarom hoogbegaafde kinderen soms stappen overslaan, en waarom dat een boot doet zinken.