Wat een cijfer niet laat zien: het verschil tussen kunnen en snappen
Je bespreekt het proefwerk na. Bij vraag zes vraag je door, gewoon om te kijken hoe het antwoord tot stand kwam. “Hoe wist je dat?”
Stilte. Dan: “Ik weet het niet, het stond gewoon zo in mijn hoofd.”
Het antwoord was goed. De zeven op het proefwerk klopt. En toch blijft er iets onbevredigds hangen aan dat “het stond gewoon zo in mijn hoofd”, alsof er iets is overgeslagen dat je eigenlijk had willen zien.
Wat een cijfer eigenlijk meet
Een cijfer meet een uitkomst op een specifiek moment, met een specifieke vraagstelling, binnen een beperkte tijd. Dat is nuttig en het is ook beperkt. Een cijfer zegt zelden iets over de weg ernaartoe.
Twee kinderen kunnen dezelfde zeven halen. De een heeft een antwoord onthouden dat toevallig klopte. De ander heeft de vraag van drie kanten bekeken en gekozen voor de meest logische route. Van buiten zijn die twee zevens identiek. Wat eronder zit, verschilt volledig. De RTTI-methodiek, die onderscheid maakt tussen reproductie, toepassen en inzicht, is gebouwd op precies dat verschil: twee brugklassers met dezelfde zes op hun cijferlijst kunnen om heel verschillende redenen op dat cijfer uitkomen.
Het verschil tussen kunnen en snappen bij een cijfer
Kunnen is een antwoord produceren dat klopt. Snappen is weten waarom het klopt, en het antwoord opnieuw kunnen vinden als de vraag net iets anders wordt gesteld.
Een kind dat kan zonder te snappen, presteert goed zolang de vraag bekend blijft. Verandert de vorm, de context, of de combinatie met iets nieuws, dan valt het antwoord soms weg, niet omdat het denkvermogen ontbreekt, maar omdat er nooit een dieper begrip onder het eerste antwoord lag.
Bij hoogbegaafde kinderen ligt dit soms andersom dan je zou verwachten. Sommige kinderen snappen een concept in één keer, en laten dat op papier nauwelijks zien omdat ze de tussenstappen die een toets vraagt overbodig vinden. Ze slaan stappen over, niet uit slordigheid, uit het gevoel dat de vraag daar niet naar vraagt.
Waarom dit bij toetsen zo lastig zichtbaar wordt
Een toets is gebouwd om te meten wat een gemiddelde leerling op een gemiddeld moment laat zien. Voor een kind dat conceptueel al veel verder is, past die vorm niet altijd.
Je ziet dat bijvoorbeeld bij een kind dat een ingewikkeld vraagstuk in tien seconden oplost, en een simpele vraag ernaast fout beantwoordt omdat het de vraag te makkelijk vond om serieus te lezen. Het cijfer daalt, en het begrip blijft onaangetast.
Het omgekeerde komt ook voor. Een kind dat de vaste rekenroute perfect heeft geoefend, haalt een hoog cijfer zonder dat er ooit een moment van echt doorgronden is geweest. Dat werkt, tot de stof een keer vraagt om het concept toe te passen op iets nieuws. Dan blijkt het kunnen zonder het snappen.
Hoe je het verschil in de klas kunt zien
Vraag naar het waarom, niet alleen naar het antwoord. “Hoe wist je dat” onthult iets anders dan “is het goed of fout”.
Kijk naar wat er gebeurt bij een net iets andere versie van dezelfde vraag. Blijft het antwoord overeind, ook als de vorm verandert? Dan zit er begrip onder. Valt het weg? Dan was het misschien alleen het patroon dat werd herkend.
Let op het verschil tussen mondeling en schriftelijk. Een kind dat in een gesprek moeiteloos uitlegt wat een breuk betekent, en op papier fouten maakt in het rekenen ermee, laat zien dat het begrip er is en de uitvoering nog niet, of andersom.
Wat dit voor jou als leerkracht betekent
Een hoog cijfer is geen bewijs van diep begrip. Net zo min is een laag cijfer bewijs van het ontbreken ervan. Beide vragen om een tweede blik, net iets verder dan het getal.
Bouw af en toe een vraag in die vraagt om de route ernaartoe, in plaats van alleen het antwoord. “Leg uit hoe je hierbij kwam” levert vaak meer op dan een extra som. Voor een kind dat kan zonder te snappen, wordt zichtbaar waar de route hapert. Voor een kind dat snapt zonder de gebruikelijke stappen te volgen, krijg je een eerlijker beeld dan het cijfer alleen geeft.
Lastig gedrag of hoogbegaafheid?
13 signalen die erop wijzen dat hoogbegaafde kinderen in de klas vaak verkeerd begrepen worden.
Veelgestelde vragen over cijfers en begrip
Is een hoog cijfer dan niet betrouwbaar? Het is betrouwbaar voor wat het meet: de uitkomst op dat moment. Het is minder betrouwbaar als je wilt weten hoe diep het begrip zit.
Waarom haalt een hoogbegaafd kind soms een lager cijfer dan verwacht? Vaak omdat het de vraag anders interpreteert, stappen overslaat die het overbodig vindt, of een simpele vraag te snel leest. Dat zegt iets over de vorm van de toets, niet per se over het begrip.
Hoe herken ik het verschil tussen kunnen en snappen bij jonge kinderen? Vraag door op het waarom, en varieer de vraagstelling. Een kind dat alleen het patroon heeft geleerd, loopt vast zodra de vorm verandert.
Moet ik dan minder waarde hechten aan cijfers? Vooral een preciezere waarde. Een cijfer is een van de signalen, niet het enige.
Wat je hiermee kunt
Terug naar die zeven, en het antwoord dat “gewoon zo in het hoofd stond”. Misschien was dat toeval. Misschien was het een begrip dat al zo vanzelfsprekend voelt, dat de tussenstappen niet meer opvallen voor het kind zelf.
Het enige waarop je dat verschil ziet, is doorvragen. Niet om het cijfer te wantrouwen, om te weten wat erachter zit.
Herken je dit?
Herken je dit patroon vooral bij een leerling die onder zijn niveau lijkt te presteren? Lees dan Onderpresteren bij hoogbegaafde kinderen: als slim zijn niet zichtbaar wordt in cijfers]. Of wil je breder kijken naar signalen in de klas: Gedrag van hoogbegaafde leerlingen: 13 signalen in de klas.
Wil je gedrag in je klas beter leren lezen? Download de gratis checklist ’13 signalen: lastig gedrag in de klas, wat als het iets anders is?‘ en ontdek welke signalen vaak verkeerd worden gelezen.
Bekijk ook de andere materialen.