Hoogbegaafd en vastgelopen: waarom het begint met gezien worden zoals je bent
egenover me zat iemand van tweeëntwintig. Ze praatte rustig, koos haar woorden zorgvuldig, en op een gegeven moment zei ze: “Ik weet eigenlijk niet wanneer ik voor het laatst het gevoel had dat iemand me snapte.”
Ik hoor variaties op die zin vaker dan me lief is. Bij jongeren, bij jongvolwassenen, vaak hoogbegaafd, die vastlopen. Niet omdat ze niet slim zijn. Niet omdat ze niet kunnen. Omdat niemand hen heeft geleerd hoe ze zichzelf konden leren kennen.
Wat er ontbreekt, is zelden vaardigheid
Je kunt een kind veel leren: rekenen, lezen, plannen, op tijd komen. Wat je moeilijker leert, is een kind laten zien wie het is.
Bij hoogbegaafde kinderen gaat dat vaak mis, niet uit onwil, uit onwetendheid. Hun gedrag oogt soms goed geregeld, soms juist onhandelbaar, en allebei kan een vorm van dezelfde vraag zijn: zie je wat hier onder zit?
Ik denk weleens terug aan mijn eigen schooltijd. Aan hoe die eruit had gezien als er volwassenen waren geweest die verder keken dan mijn gedrag of mijn resultaten, naar wat daaronder zat. Ik weet niet zeker hoe het dan gelopen zou zijn. Ik vermoed dat het lichter was geweest.
Zien is iets anders dan beoordelen
Psycholoog Carl Rogers noemde dit onderscheid al decennia geleden de kern van gezonde ontwikkeling. Een kind dat merkt dat acceptatie afhankelijk is van prestatie, van anderen plezieren of van goede resultaten, leert zich naar die voorwaarden gedragen. Zo ontstaat volgens hem een “onecht ik”, terwijl het werkelijke zelf naar de achtergrond verdwijnt, beschrijft ook Praktijk Vredespad in hun uitleg over Rogers’ werk.
In een gesprek luister ik naar wat iemand zegt. Meer nog naar wat iemand niet zegt. Naar de blik, de houding, de stilte. Naar de zin die drie keer bijna wordt uitgesproken en dan toch wegblijft.
Opvoeden, onderwijzen en begeleiden gaat niet alleen over kennis en vaardigheden. Het gaat over de vraag die zelden hardop gesteld wordt: niet hoe goed iemand is in taal, rekenen of sport, maar wat maakt dat iemand daar goed in is, en wat die persoon eigenlijk drijft.
Dat onderscheid lijkt klein. Voor een kind dat gewend is beoordeeld te worden op wat het laat zien, is het het verschil tussen gezien worden en bekeken worden.
Wat er gebeurt als iemand het wél ziet
Een kind dat zich gezien voelt, laat meer van zichzelf zien. Soms wordt een antwoord iets langer. Een vraag die eindelijk wel gesteld wordt. Een stap buiten het vertrouwde, gezet omdat het nu veilig genoeg voelt om te vallen.
Dat is geen toeval. Zodra iemand ophoudt te sturen op gedrag en begint te kijken naar wat eronder zit, verandert er iets in de ruimte tussen die twee mensen. Er is niets meer om bij te schaven, te verkleinen of aan te passen. Er is ruimte om te ontdekken waar iets past, in plaats van het te forceren.
Wat dit voor jou als ouder, leerkracht of begeleider betekent
Je hoeft niet alles te sturen. Je mag meelopen.
Dat is misschien de grootste verschuiving: van iemand die het kind moet vormen naar iemand die het kind helpt zichzelf te leren kennen. Dat vraagt niet meer kennis, het vraagt een andere manier van kijken. Eerst waarnemen, dan pas duiden.
Bij jongeren en jongvolwassenen die al langer zoeken, telt dat dubbel. Ze zijn op zoek naar wie ze zijn, waar ze naartoe willen, waarom ze zich al zo lang anders voelen. Wat ik daar telkens weer zag: het begint met iemand die verder kijkt dan de cijfers, verder dan het gedrag, naar de mens daarachter.
Waar het toe kan leiden
Tegenover me, die middag, ontspande iets in de schouders van die jonge vrouw van tweeëntwintig, ergens halverwege het gesprek. Niet omdat er een oplossing kwam. Omdat er voor het eerst in lange tijd iemand meekeek in plaats van beoordeelde.
Dat is waar dit werk om draait. Niet het bijschaven van wie iemand is. Het helpen ontdekken waar de stukken die er al waren, altijd al hoorden.
Vragen die vaak meespelen
Wat betekent het als een hoogbegaafde jongere of volwassene “vastloopt”? Vaak gaat het niet om een gebrek aan kunnen, het gaat om een gebrek aan zicht op zichzelf. Iemand die nooit heeft geleerd wie hij is los van prestatie, verliest op een gegeven moment de richting.
Waarom speelt dit specifiek bij hoogbegaafde mensen? Hoogbegaafde kinderen worden vaak vooral beoordeeld op wat ze laten zien: goede cijfers, snel begrip, makkelijk gedrag. Wat daaronder zit, wat hen drijft, blijft daardoor vaker onbesproken dan bij andere kinderen.
Wat kan ik als ouder of leerkracht doen als ik dit patroon herken? Begin met kijken in plaats van sturen. Vraag niet alleen naar prestaties, vraag naar wat iemand bezighoudt, wat hij voelt, wat hij zelf opmerkt. Die aandacht alleen al maakt verschil.
Is professionele hulp altijd nodig bij dit soort vastlopen? Niet altijd. Voor sommigen is het al genoeg dat iemand in hun omgeving echt gaat kijken. Blijft het gevoel van vastlopen aanhouden of verergeren, dan is het wel verstandig om er samen met een professional naar te kijken.
Herken je dit patroon vooral in gedrag dat op school al zichtbaar wordt, voordat het uitgroeit tot dit gevoel? Lees dan Lastig gedrag of hoogbegaafd? Wat zit er echt achter gedrag in de klas?.
Wil je gedrag bij hoogbegaafde kinderen beter leren lezen, voordat het uitgroeit tot het gevoel van deze jonge vrouw? Download de gratis checklist ’13 signalen: lastig gedrag in de klas, wat als het iets anders is?’