Nieuwsgierigheid als motor van leren: waarom motivatie begint bij veiligheid
Een jongen van zes stelt zijn twaalfde vraag van de ochtend. Waarom is de lucht blauw? Regent het eigenlijk elke dag ergens op de wereld? Waarom heeft een spin acht poten en een mens maar twee armen? Bij de dertiende vraag zucht je, half lachend, half moe. Kan hij niet gewoon even rustig zijn werkje maken?
Ik hoor dit vaak van ouders en leerkrachten, meestal met diezelfde mengeling van trots en uitputting. Al die vragen zijn vermoeiend, en ze zijn ook precies waar leren mee begint.
Wat ik hierin steeds weer zie
Motivatie wordt vaak gezien als iets wat je een kind moet meegeven, met beloningen, met complimenten, met aandringen. Wat ik in de praktijk telkens terugzie, is dat motivatie er meestal al is, van nature, in de vorm van nieuwsgierigheid. De vraag is zelden hoe je een kind motiveert. De vraag is vaker wat die nieuwsgierigheid in de weg staat.
Hoogleraar Harold Bekkering, die onderzoek doet naar hoe mensen leren, verwijst daarbij naar de ontwikkelingspsycholoog Erikson: jonge kinderen hebben eerst veiligheid nodig, pas dan durven ze te exploreren. Zonder veiligheid geen nieuwsgierigheid, zegt hij, en dat geldt niet alleen voor een baby die voor het eerst durft te kruipen. Het geldt net zo goed voor een leerling die een vraag durft te stellen waarvan hij niet zeker weet of hij hem wel mag stellen.
Waarom nieuwsgierigheid soms wegvalt
Een kind dat leert dat een vraag “niet belangrijk” is, of dat een fout iets is om je voor te schamen, leert daarmee ook iets anders. Beter geen risico nemen. Nieuwsgierigheid vraagt om een klein waagstuk: jezelf iets afvragen waarvan je het antwoord nog niet weet. Dat waagstuk voelt alleen veilig als de omgeving daar ruimte voor geeft.
Bij hoogbegaafde kinderen zie ik dit patroon soms extra scherp. Hun vragen gaan vaak verder dan wat er op dat moment in de les past. Een enkele afwijzende reactie (“daar komen we straks nog wel op”) kan al genoeg zijn om een kind voorzichtiger te maken met vragen stellen. Niet omdat de nieuwsgierigheid verdwijnt, ze verdwijnt naar binnen, en wordt minder zichtbaar.
Wat helpt om nieuwsgierigheid ruimte te geven
Beantwoord een vraag niet altijd meteen volledig. “Wat denk jij zelf dat het antwoord is?” houdt het denken bij het kind, en laat zien dat zijn vraag de moeite van het onderzoeken waard is.
Maak fouten en niet-weten gewoon. “Dat weet ik ook niet, laten we het samen uitzoeken” is misschien wel een van de krachtigste zinnen die je een kind kunt geven. Het laat zien dat niet-weten geen probleem is, het is het startpunt van iets nieuws.
Geef ruimte voor eigen richting binnen een opdracht. Een kind dat zelf mag kiezen welke vraag het verder onderzoekt binnen een thema, blijft vaker nieuwsgierig dan een kind dat alleen een vast pad mag volgen.
En bewaak je eigen reactie op vragen die je overvallen. Een zucht of een “nu even niet” is menselijk. Het is wel de moeite waard om later op die vraag terug te komen, zodat een kind leert dat zijn nieuwsgierigheid welkom blijft, ook als het moment zelf niet ideaal was.
Vragen die vaak meespelen
Is elk kind van nature even nieuwsgierig? De aanleg is er bij vrijwel elk kind, de mate waarin het zich uit verschilt sterk. Veiligheid, ruimte en aanmoediging bepalen mee hoeveel daarvan zichtbaar blijft.
Hoe herken ik of nieuwsgierigheid bij mijn kind is weggezakt? Let op het verschil tussen vroeger en nu. Een kind dat vroeger veel vroeg en dat nu nauwelijks meer doet, is niet per se minder nieuwsgierig geworden. Het kan ook voorzichtiger zijn geworden met het laten zien ervan.
Kan ik nieuwsgierigheid ook op latere leeftijd nog terugbrengen? Ja, al kost dat vaak wat meer tijd en geduld. Een veilige, uitnodigende omgeving werkt op elke leeftijd, ook als een kind al gewend is geraakt om zijn vragen voor zich te houden.
Is te veel nieuwsgierigheid ook een probleem? Zelden een probleem op zich. Wat soms lastig is, is het moment waarop een vraag komt. Erken de vraag dan wel, ook als je hem niet meteen kunt beantwoorden.
Terug naar die twaalfde vraag van de ochtend
De vermoeidheid die opkomt bij weer een nieuwe vraag is heel menselijk. Achter die vraag zit iets waardevols: een kind dat nog volop durft te vragen, te twijfelen, te onderzoeken.
Bescherm dat liever dan het af te remmen. Niet elke vraag hoeft meteen een antwoord te krijgen, elke vraag verdient wel de erkenning dat ze welkom is.
Herken je dit patroon vooral bij een leerling die tijdens de instructie al afhaakt omdat het te makkelijk is? Lees dan Waarom hoogbegaafde leerlingen afhaken tijdens instructie.