Executieve functies bij hoogbegaafde kinderen: de vaardigheden die vaak over het hoofd worden gezien
Milan kan een heel betoog houden over hoe fotosynthese werkt, en vergeet elke ochtend zijn gymtas. Fenna legt in twee zinnen uit waarom een bepaalde strategie in een bordspel niet werkt. Na vijf minuten zelfstandig werken raakt ze alweer de draad kwijt.
Ik hoor leerkrachten hier vaak mee worstelen. Zo’n kind moet dit toch kunnen, denk je. Het denkt tenslotte op een niveau dat ver boven zijn leeftijd uitstijgt.
Wat ik hierin steeds weer zie
Slim zijn en jezelf kunnen organiseren zijn twee verschillende dingen. Daar gaat het vaak mis. Wat ik in de praktijk voortdurend terugzie: we verwachten van een hoogbegaafd kind dat zijn executieve functies net zo ver voorlopen als zijn denken. Vaak ontwikkelen die zich juist in een heel normaal tempo, soms zelfs trager.
Dat heet asynchrone ontwikkeling. Een kind kan cognitief jaren voorlopen op leeftijdsgenoten, en tegelijk op het vlak van planning, geheugen of zelfbeheersing precies op zijn kalenderleeftijd zitten. Dat zorgt bij ouders en leerkrachten steeds weer voor onbegrip. Het verklaart ook waarom dit gedrag zo vaak verkeerd wordt gelezen als onwil of gebrek aan motivatie, beschrijft ook Chessity in hun uitleg over dit patroon.
Elf vaardigheden die niet vanzelf meegroeien
Executieve functies zijn de vaardigheden die een kind gebruikt om te plannen, te starten, aandacht vast te houden en door te zetten. Er zijn er elf: responsinhibitie, werkgeheugen, emotieregulatie, volgehouden aandacht, taakinitiatie, planning en prioritering, organisatie, time management, doelgericht gedrag, flexibiliteit, en metacognitie.
Bij hoogbegaafde kinderen zie ik vaak dat een paar van deze vaardigheden nauwelijks zijn geoefend. Ze waren simpelweg nooit nodig. Een kind dat alles in één keer begrijpt, hoeft zijn werkgeheugen niet te trainen met herhaling. Een kind voor wie schoolwerk moeiteloos gaat, leert nooit hoe het een taak moet plannen die het eigenlijk niet zo boeiend vindt. De vaardigheid ontbreekt niet uit onvermogen. Ze is er namelijk gewoon nog nooit op aangesproken.
Hoe dit er in de klas uitziet
Een leerling die feilloos kan navertellen wat er in de instructie stond, en vervolgens niet weet waar te beginnen, worstelt vaak met taakinitiatie. Niet met begrip. Een kind dat zijn spullen kwijtraakt of huiswerk vergeet, oefent nog met organisatie of werkgeheugen. Hetzelfde geldt voor een kind dat halverwege een opdracht niet meer weet wat de bedoeling was.
Een leerling die fel reageert op een kleine correctie, worstelt soms met emotieregulatie, ook al is zijn denken allang bij de volgende stap. En een kind dat een taak wel begint en dan blijft hangen, komt vaak vast te zitten op time management. Het heeft geen idee hoeveel tijd iets eigenlijk kost.
Waarom dit zo vaak wordt gemist
Wat ik vaak hoor van leerkrachten: dit kind kán het toch, waarom doet het dan niet? Die vraag houdt het patroon juist in stand. Een sterk cognitief vermogen overschaduwt een zwakkere executieve vaardigheid, hetzelfde mechanisme dat ook meespeelt bij onderpresteren bij hoogbegaafde kinderen. Het kind krijgt dan het verwijt dat eigenlijk bij een onontwikkelde vaardigheid hoort, niet bij onwil.
Dat verwijt kost een kind meer dan je zou denken, want het hoort steeds dat het “slim genoeg is om het beter te doen”. Ondertussen moet het net zo hard oefenen met plannen of doorzetten als ieder ander kind. Dat verschil leren zien is waar de verandering begint.
Wat helpt
Benoem het verschil tussen kunnen en doen hardop. “Ik zie dat je het begrijpt, en ik zie ook dat beginnen lastig is” erkent beide kanten. Het verwijt dat het kind niet gebruikt wat het al zou moeten kunnen, blijft dan achterwege.
Oefen de vaardigheid apart van de leerstof. Een kind dat moeite heeft met plannen, leert dat niet vanzelf door moeilijkere sommen te maken. Het leert het door een taak op te delen in kleine stappen, samen, net zo lang tot het die stap zelf kan zetten.
Geef concrete, kleine houvasten. Een timer, een checklist met drie punten, een vaste plek voor spullen, dat soort simpele structuur maakt vaak meer verschil dan een gesprek over motivatie.
En wees geduldig met het tempo. Executieve functies ontwikkelen zich door tot diep in de twintiger jaren. Een kind dat op zijn tiende nog moeite heeft met plannen, loopt niet achter. Het is gewoon nog volop aan het leren.
Vragen die vaak meespelen
Is dit hetzelfde als ADHD? Niet per se. Zwakke executieve functies komen vaker en sterker voor bij kinderen met ADHD, en ze kunnen net zo goed voorkomen bij een kind zonder die diagnose.
Kan een kind hier gewoon overheen groeien? Voor een deel wel, met tijd en oefening. Gerichte ondersteuning versnelt dat proces daardoor, en voorkomt dat een kind intussen te veel negatieve ervaringen opstapelt.
Waarom valt dit bij hoogbegaafde kinderen vaak minder snel op? Omdat hun cognitieve vaardigheden zoveel compenseren. Een kind praat zich er letterlijk uit, of haalt met een goed geheugen alsnog voldoende resultaat, waardoor de onderliggende vaardigheid onopgemerkt blijft.
Moet ik me zorgen maken als mijn kind veel van deze elf vaardigheden lastig vindt? Niet meteen. Elk kind ontwikkelt deze vaardigheden in zijn eigen tempo. Blijft een patroon lang hardnekkig, en heeft het merkbare invloed op school of thuis? Dan is het de moeite waard om er samen met een leerkracht of specialist naar te kijken.
Terug naar Milan en zijn gymtas
Een kind dat fotosynthese kan uitleggen en zijn gymtas vergeet, is geen tegenstrijdigheid. Het is precies wat asynchrone ontwikkeling laat zien: twee delen van hetzelfde kind, die niet in hetzelfde tempo groeien.
Zie je dat verschil, dan verandert er iets in hoe je reageert. Niet meer strenger worden op wat een kind al zou moeten kunnen, wel gerichter oefenen met wat het nog aan het leren is.
Herken je dit patroon vooral bij een kind dat niet op tijd aan zijn huiswerk begint? Lees dan Hij begint niet… en toch is hij slim: zo doorbreek je uitstelgedrag bij kinderen.