Waarom een goed cijfer niet altijd goed nieuws is bij een hoogbegaafd kind
Het proefwerk ligt op tafel. Een zes. De eerste zes in twee jaar tijd. Het kind dat normaal binnen tien minuten klaar is en moeiteloos een negen of een tien haalt, kijkt ernaar alsof het cijfer niet van hem kan zijn. Zijn ogen worden rood. In zijn hand wordt een vel papier langzaam een prop. Je verwacht een moeilijke toets, een onverwachte vraag of een fout die alles verklaart. Maar wat hij uiteindelijk zegt, is iets heel anders.
“Ik wist het niet meteen. Ik moest echt nadenken. Dat heb ik nog nooit hoeven doen.”
Wat een lange reeks goede cijfers verbergt
Die ene zin zegt meer dan het cijfer ooit kan vertellen. Achter een lange rij negens en tienen kan iets schuilgaan wat je niet terugziet op een rapport. Er is niets mis, alleen is jarenlang alles zo gemakkelijk gegaan dat er nauwelijks geoefend hoefde te worden met vastlopen, twijfelen of opnieuw beginnen. Het antwoord was er vaak al voordat de vraag helemaal was gesteld. Dat voelt prettig voor iedereen. Het kind haalt goede cijfers, de leerkracht ziet een leerling die moeiteloos meekomt, ouders genieten van de resultaten. Toch blijft er soms iets achter dat veel minder zichtbaar is.
Wat er ondertussen niet wordt geoefend
Leren gaat namelijk over veel meer dan kennis alleen. Natuurlijk is het fijn als een kind snel begrijpt hoe iets werkt. Maar leren gebeurt juist op het moment dat iets nog niet lukt. In dat ongemakkelijke stukje tussen ik weet het en ik weet het nog niet, ontstaat iets wat minstens zo belangrijk is als kennis. Daar groeit doorzettingsvermogen, daar leer je dat een fout het begin is van een volgende stap, daar ontdek je dat je iets nog niet kunt en dat dat helemaal niet erg is.
Voor veel hoogbegaafde kinderen komt dat moment pas veel later. Niet omdat ze het niet aankunnen. Ze komen het jarenlang nauwelijks tegen. De opdrachten zijn overzichtelijk, de oplossingen dienen zich vanzelf aan, de uitdaging blijft uit. Daardoor missen ze ongemerkt iets wat andere kinderen al veel eerder oefenen: het omgaan met moeite. Onderwijskundigen noemen het moment van vastlopen en er weer uitkomen de leerkuil, en een kind dat daar nooit in is gevallen, klimt er des te onhandiger uit zodra het voor het eerst wel gebeurt, vaak pas op de middelbare school, ver weg van de basisschooljaren waarin het had kunnen oefenen.
Hoe je dit in de klas herkent
In de klas is dat te zien bij een leerling die een opdracht afraadt zodra die wat lastiger wordt, uit onbekendheid met het gevoel van moeite, niet uit desinteresse. Bij een kind dat fel reageert op een correctie, omdat het voor het eerst een signaal krijgt dat iets niet meteen goed was, niet omdat het niet tegen kritiek kan. Bij een leerling die liever niet meedoet aan iets nieuws, om het risico op een eerste mislukking te vermijden. Dat gedrag wordt weleens gelezen als verwend of overgevoelig, en is vaker een kind dat oprecht nog niet heeft geleerd hoe het voelt om ergens doorheen te bijten.
Wat helpt
Wat helpt, is af en toe expres een moment inbouwen waarin een hoogbegaafd kind wél moet zoeken. Een vraag die net voorbij het vertrouwde niveau ligt, een opdracht zonder meteen voor de hand liggend antwoord, gericht op oefenen met het gevoel van nog niet meteen weten. Het helpt ook om het proces te benoemen in plaats van alleen het resultaat: “Ik zag dat je hier drie keer opnieuw begon” zegt iets waardevollers dan alleen het cijfer aan het eind. En als de eerste zes, zeven of onvoldoende komt, is het de moeite waard om die niet ongemerkt voorbij te laten gaan als incident, want vaak is het het eerste echte leermoment in een schoolloopbaan die daarvoor te gemakkelijk verliep.
Lastig gedrag of hoogbegaafheid?
13 signalen die erop wijzen dat hoogbegaafde kinderen in de klas vaak verkeerd begrepen worden.
Veelgestelde vragen over goede cijfers bij hoogbegaafde kinderen
Is een negen of tien dan een slecht teken? Niet op zichzelf. Het wordt de moeite waard om naar te kijken zodra die cijfers nooit gepaard gaan met enige inspanning of twijfel.
Waarom stort een hoogbegaafd kind soms in bij de eerste onvoldoende? Vaak omdat het voor het eerst het gevoel van falen tegenkomt, zonder eerdere, kleinere oefenmomenten om op terug te vallen.
Moet ik een hoogbegaafd kind expres moeilijkere opdrachten geven? Met mate, en niet om de moeilijkheid zelf. Het doel is oefening met het gevoel van nog niet meteen weten.
Is dit hetzelfde als onderpresteren? Het is er bijna het spiegelbeeld van. Bij onderpresteren ligt de score onder het niveau. Hier ligt de score er precies op, en dat is juist waarom niemand het opmerkt.
Wat je hiermee kunt
Terug naar dat proefwerk, met de rode ogen en de prop papier in een kinderhand. Misschien was die zes geen mislukking. Misschien was het de eerste echte les.
Herken je dit patroon vooral bij een leerling die onder zijn niveau lijkt te presteren? Lees dan Onderpresteren bij hoogbegaafde kinderen: als slim zijn niet zichtbaar wordt in cijfers. Of wil je dieper op het verschil tussen kunnen en snappen: Wat een cijfer niet laat zien: het verschil tussen kunnen en snappen.