Onderpresteren bij hoogbegaafde kinderen: als slim zijn niet zichtbaar wordt in cijfers
Het rapport ligt tussen jullie in. Zessen, een enkele zeven, niets om je zorgen over te maken en niets om trots op te zijn. “Het gaat wel,” zegt de ouder. “Het gaat wel,” zeg jij ook.
Toch blijft er iets hangen na het gesprek. Een opmerking die dit kind een paar maanden geleden maakte, een woordgrap die niemand anders in de klas doorhad, een vraag die verder ging dan de les. Dat beeld past niet helemaal bij die rij zessen.
Wat als “het gaat wel” hier het verkeerde ijkpunt is.
Wat onderpresteren precies is
Onderpresteren betekent niet dat een kind slechte cijfers haalt. Het betekent dat er een kloof zit tussen wat een kind kan en wat het laat zien. Die kloof is soms groot en zichtbaar, een kind dat torenhoog scoort op een capaciteitentest en nauwelijks een voldoende haalt. Vaker is de kloof kleiner en onopvallender: een kind dat gemiddeld presteert, en voor wie gemiddeld eigenlijk een enorme onderprestatie is.
Die tweede vorm blijft het langst onzichtbaar. Een zes wekt geen argwaan. Een kind dat meekomt, wordt niet besproken in het zorgteam. Onderpresteren verstopt zich het beste achter een cijfer dat er acceptabel uitziet.
Waarom dit bij hoogbegaafde kinderen zo moeilijk te zien is
Een hoogbegaafd kind kan lang meebewegen op inzicht en geheugen alleen, zonder dat het ooit heeft hoeven leren hoe je leert. Dat werkt, tot het niet meer werkt, en tegen die tijd is er vaak al veel tijd voorbijgegaan waarin niemand iets bijzonders zag.
Er speelt nog iets bij. Sommige kinderen leren al vroeg dat opvallen risico’s met zich meebrengt, dus doseren ze zichzelf. Net genoeg om niet uit de toon te vallen, niet zoveel dat er hoge verwachtingen ontstaan. Dat is zelden een bewuste strategie. Het is iets wat een kind stap voor stap heeft geleerd, omdat het ergens wel werkte.
Hoe onderpresteren zich in de klas kan laten zien
Een leerling die precies genoeg doet om te slagen, en niets meer. Een kind dat op een proefwerk vragen overslaat die het aankan, omdat de vraag ervoor al te veel tijd kostte uit onzekerheid. Ook een leerling die mondeling scherp uit de hoek komt, en op papier weinig laat zien, valt in dit patroon.
Ook thuiswerk vertelt vaak iets. Een spreekbeurt die in een avond in elkaar wordt gezet en er verrassend goed uitziet, gevolgd door een dag waarop huiswerk voor een makkelijker vak eindeloos wordt uitgesteld. Dat patroon oogt inconsequent. Het is vaak juist heel consequent: het gaat niet om moeilijkheid, het gaat om betekenis.
Wat er onder onderpresteren kan liggen
Bij sommige kinderen is de oorzaak vooral cognitief. Het aanbod sluit niet aan, er wordt te veel herhaald, er is te weinig ruimte om verder te denken dan de lesstof toelaat.
Bij andere kinderen zit het dieper. Perfectionisme dat maakt dat beginnen al spannend is. Een sociaal-emotionele laag waarin opvallen als onveilig voelt. Een gezinssituatie waarin een kind zichzelf klein houdt om een ander niet te overschaduwen. Bij weer een ander speelt er een executieve kant. Dit kind loopt cognitief ver voorop, en heeft met plannen, beginnen en afmaken evenveel moeite als ieder ander kind van die leeftijd.
Onderpresteren is daarom nooit één ding. Het is een resultante van wat een kind aankan, wat het aanbod vraagt, en wat er onderweg is misgegaan tussen die twee. Deze relatieve vorm van onderpresteren is vaak lastig te herkennen: goede tot gemiddelde cijfers die toch een stuk onder de mogelijkheden van het kind liggen, precies omdat de cijfers zelf geen alarm slaan, zo beschrijft ook SLO’s kennisplatform Talentstimuleren.
Hoe je onderpresteren onderscheidt van gewoon gemiddeld zijn
Kijk naar het verschil tussen wat je een kind mondeling hoort denken en wat er op papier komt. Een groot verschil daartussen is een aanwijzing.
Kijk naar het patroon over tijd. Onderpresteren is zelden een slechte week, het is een aanhoudende lijn die vaak al jaren loopt, soms teruggaand tot de kleuterklas.
Kijk naar wat er gebeurt bij verdieping. Leeft een kind op bij een opdracht die net iets meer vraagt, ook al presteert het op de rest van de dag gemiddeld? Dat zegt iets over waar de capaciteit zit, ook als de cijfers dat nog niet laten zien.
Wat helpt
Begin met het gesprek dat verder gaat dan het cijfer. “Ik zag dat je deze vraag oversloeg, wat gebeurde daar?” opent meer dan een opmerking over inzet.
Verklein de afstand tussen kunnen en laten zien. Een moeilijkere opdracht met minder herhaling geeft soms meer resultaat dan een makkelijkere opdracht met meer oefening. Dat komt doordat het eerste beter aansluit bij wat dit kind nodig heeft om aan te haken.
Benoem het patroon, niet het cijfer. “Ik zie dat je het meeste uit jezelf haalt bij dingen die je zelf kiest” zegt iets waardevollers dan “je kunt wel beter als je wilt”.
En heb geduld met het herstel. Een kind dat lang geleerd heeft zich klein te houden, gaat niet in één proefwerk weer groot spreken.
Lastig gedrag of hoogbegaafheid?
13 signalen die erop wijzen dat hoogbegaafde kinderen in de klas vaak verkeerd begrepen worden.
Veelgestelde vragen over onderpresteren bij hoogbegaafde kinderen
Is onderpresteren hetzelfde als lui zijn? Nee. Onderpresteren komt zelden voort uit onwil. Vaker zit er een reden onder die met veiligheid, betekenis, of aansluiting te maken heeft.
Kan een kind onderpresteren en toch goede cijfers halen? Ja. Als een kind veel meer aankan dan het laat zien, is er sprake van onderprestatie, ook als het gemiddelde op zich voldoende is.
Hoe stel ik onderpresteren vast? Niet met één toets. Kijk naar het verschil tussen mondeling en schriftelijk functioneren, naar het patroon over een langere periode, en naar wat er verandert bij meer uitdaging.
Ontgroeit een kind onderpresteren vanzelf? Zelden. Het patroon verandert meestal pas als de aansluiting zelf verandert, met een ander aanbod of meer aandacht. Blijft dat uit, dan zet het patroon zich vaak juist vast, omdat het steeds opnieuw bevestigd wordt.
Wat je hiermee kunt bij onderpresteren bij hoogbegaafde kinderen
Terug naar dat rapport, met de rij zessen ertussenin. “Het gaat wel” is geen leugen. Het is ook niet het hele verhaal.
Kijk naar het moment waarop dit kind wel opleefde, de opmerking die bleef hangen, de vraag die verder ging dan de les. Leg dat naast de cijfers, niet ertegenover. Daar begint het zicht op wat er werkelijk speelt.
Herken je dit?
Herken je dit patroon vooral bij een leerling die afhaakt zodra de uitdaging wegvalt? Lees dan Waarom hoogbegaafde leerlingen afhaken tijdens instructie. Of speelt perfectionisme een rol in het uitstelgedrag dat je ziet: Perfectionisme bij hoogbegaafde kinderen: signalen in de klas en wat helpt.
Wil je gedrag in je klas beter leren lezen? Download de gratis checklist ’13 signalen: lastig gedrag in de klas, wat als het iets anders is?’ en ontdek welke signalen vaak verkeerd worden gelezen.
Bekijk de materialen