Wanneer is iets een drempel, en wanneer een berg?
Sem zit over zijn werkblad gebogen. Het sommetje klopt niet, hij gumt het uit, probeert het opnieuw, en gumt het weer uit. Na de derde poging legt hij zijn potlood neer en zegt dat hij het niet meer wil. Jij denkt: dit kan hij toch, hij is hier veel te goed voor. En eigenlijk heb je gelijk. Toch zit Sem muurvast.
Bij hoogbegaafde kinderen zie je dit vaker dan je zou verwachten. Frustratietolerantie, hoe goed een kind tegen een slag in kan, verschilt sterk van dag tot dag. Een taak die op papier makkelijk lijkt, wordt ineens een taak waar niet doorheen te komen valt. En een taak die er juist moeilijk uitziet, pakt een kind soms moeiteloos op. Wat een drempel is en wat een berg wordt, hangt zelden af van de moeilijkheidsgraad van de opdracht zelf.
Waarom dezelfde taak voor het ene kind een drempel is en voor het andere een berg
Een drempel is iets waar je overheen stapt. Het kost misschien even moeite, je moet net wat harder nadenken, maar je voelt dat je verder komt. Een berg is anders. Bij een berg zie je de top niet meer. Je weet niet meer waar je moet beginnen, en de energie om te proberen zakt weg voordat je goed en wel gestart bent.
Bij Sem lag het niet aan het sommetje. Het rekenwerk zelf kon hij, dat had hij al vaker laten zien. Wat er die ochtend anders was, ontdekte de leerkracht pas later: Sem had ruzie gehad met zijn beste vriend op het plein, vlak voor de rekenles. De frustratietolerantie die hij normaal had, was op dat moment al voor een deel opgebruikt.
Dat is precies waarom hetzelfde sommetje op de ene dag een drempel is en op de andere dag een berg. Frustratietolerantie is geen vaste eigenschap die een kind wel of niet heeft. Het is een soort reservoir dat elke dag anders gevuld is, afhankelijk van slaap, spanning thuis, sociale gebeurtenissen, en hoeveel er die dag al van het kind gevraagd is.
Wat maakt een taak zwaarder dan hij hoort te zijn
Bij hoogbegaafde kinderen komt daar nog iets bij. Veel van hen zijn gewend dat dingen vanzelf gaan. Ze hebben zelden geoefend met de ervaring dat iets niet meteen lukt. Wanneer dat gevoel dan toch komt, het gevoel van vastzitten, dan is dat niet alleen onwennig. Het voelt voor sommige kinderen ook als bewijs dat er iets mis is met henzelf.
De opdrachten uit BAUW! werken bewust met dat gegeven. Het uitgangspunt daar is “AUW! bij BOUW!”: leren mag een beetje pijn doen, en dat is geen falen maar een teken dat er iets nieuws wordt opgebouwd. Kinderen die dat idee eenmaal te pakken hebben, herkennen een drempel makkelijker als iets waar ze doorheen kunnen, in plaats van als een teken dat ze tekortschieten.
Hoe je het verschil herkent tussen een drempel en een berg
Kijk niet alleen naar wat een kind zegt, maar ook naar het lichaam. Bij een drempel zie je vaak nog beweging: een kind zucht, kijkt om zich heen, probeert het opnieuw. Bij een berg valt de beweging stil. Het potlood blijft liggen, het kind trekt zich terug, of de emotie loopt juist hoog op.
Vraag ook naar wat er die dag al is gebeurd. Een kind dat net een conflict heeft gehad, een onrustige nacht achter de rug heeft, of net twee moeilijke lessen achter elkaar kreeg, heeft simpelweg minder reserve over. Dezelfde taak die gisteren een drempel was, kan vandaag een berg zijn.
En kijk naar het patroon over tijd. Een kind dat bij bijna elke nieuwe uitdaging vastloopt, heeft misschien nooit geleerd hoe een drempel aanvoelt zonder dat het meteen een berg wordt. Dat is iets anders dan een kind dat op een vermoeide dag even geen fut heeft.
Wat helpt als een taak te zwaar voelt
Het helpt zelden om het kind te overtuigen dat het “makkelijk” is. Dat woord alleen al kan averechts werken, want het kind voelt op dat moment juist dat het niet makkelijk is. Beter werkt het om de taak samen kleiner te maken. Niet het hele sommetje, maar eerst alleen het eerste stapje. Niet de hele opdracht, maar het eerste zinnetje.
Benoem ook wat je ziet, zonder oordeel. “Ik zie dat dit nu zwaar voelt” opent iets anders dan “kom op, dit kun je best.” De eerste zin erkent waar het kind op dat moment daadwerkelijk zit. De tweede zin vraagt van het kind dat het over die drempel heen stapt voordat het daar klaar voor is.
Veelgestelde vragen over frustratietolerantie bij hoogbegaafde kinderen
Wat is het verschil tussen een drempel en een berg voor een kind? Een drempel is een uitdaging waar een kind met wat inspanning doorheen komt. Een berg is een taak die op dat moment te zwaar voelt om nog aan te beginnen. Dat verschil hangt vooral af van hoeveel frustratietolerantie een kind op dat moment nog over heeft, en zelden van de opdracht zelf.
Waarom lopen hoogbegaafde kinderen soms vast op makkelijke taken? Veel hoogbegaafde kinderen zijn gewend dat werk vanzelf gaat. Wanneer iets een keer niet meteen lukt, ontbreekt vaak de ervaring om daarmee om te gaan. Dat gevoel van vastzitten kan dan zwaarder voelen dan de taak op zich rechtvaardigt.
Hoe zie ik of een kind écht vastzit of gewoon geen zin heeft? Let op wat er in het lichaam gebeurt. Bij een kind dat vastzit, valt de beweging vaak stil of loopt de emotie op. Kijk ook naar wat er die dag al gebeurd is: vermoeidheid, spanning of een eerder conflict kunnen de frustratietolerantie flink verlagen.
Wat kan ik doen als een taak te zwaar voelt voor een kind? Maak de taak samen kleiner in plaats van te benadrukken dat het “makkelijk” is. Benoem wat je ziet zonder oordeel, zoals “ik zie dat dit nu zwaar voelt.” Dat opent meer ruimte dan aandringen dat het kind het wel kan.
Wil je meer lezen over hoe je hoogbegaafde kinderen leert omgaan met tegenslag? Lees ook Waarom hoogbegaafde kinderen soms stappen overslaan, en waarom dat een boot doet zinken en De ruimte tussen mislukken en begrijpen: waarom AUW! bij BOUW! hoort.