Schuldgevoel loslaten: wat het je probeert te vertellen volgens systemisch kijken
Marieke ligt ’s avonds in bed en speelt het moment nog een keer af. Een collega vroeg om hulp bij een taak die eigenlijk buiten Mariekes rol viel. Ze zei ja, zoals altijd, en nu, uren later, fluistert er iets in haar: had je dat nou niet anders moeten zeggen. Waarom deed je dat zo.
Voor ze het weet, beland ze in een mentale draaikolk waarin ze slachtoffer, dader en redder tegelijk speelt. Welkom in wat vaak de dramadriehoek heet, een model van psychiater Stephen Karpman uit 1968, en wat ik liever de pijndriehoek noem.
Schuldgevoel als copingmechanisme
Vanuit systemisch perspectief is schuldgevoel geen fout. Het is een strategie, een manier om met pijn om te gaan, een zelfgebouwd, tijdelijk EHBO-pakketje.
Marieke had ook boos kunnen worden op die collega, de schuld naar buiten kunnen leggen: jij had dit zelf moeten oplossen. Dat doet ze echter niet. Ze trekt de schuld naar binnen. Had ik maar eerder nee gezegd. Ik had beter moeten weten. Ze ligt vast in een innerlijk proces van schaamte, zelfverwijt en eindeloze herhaling. Het oogt stoer, volwassen zelfs, dat ze altijd inspringt. Het houdt haar vooral klein.
De dynamiek van geven en nemen
In beide gevallen, of je de schuld naar buiten legt of naar binnen trekt, blijf je hangen in hetzelfde patroon. Marieke draait rond in haar eigen cirkeltje, zonder echt verder te bewegen.
Systemisch gezien draait het om balans tussen geven en nemen. Om dragen wat van jou is, en teruggeven wat niet bij jou hoort.
Neemt Marieke te weinig verantwoordelijkheid, dan ontwijkt ze haar eigen stuk. Draagt ze juist te veel, ook voor die collega, dan verliest ze zichzelf. Ze zit in de pleaser-modus: geeft, zorgt, lost op. Ze is onmisbaar voor het hele team, behalve voor zichzelf, en vergeet ondertussen te ontvangen.
De oorsprong van schuldgevoel
Dit patroon leerde Marieke al jong, want haar moeder was vaak vermoeid, emotioneel niet echt beschikbaar. Marieke leerde al vroeg: als ik maar lief ben, help, zorg, dan krijg ik aandacht. Ze werd het kind dat oplette wanneer er hulp nodig was, nog voordat iemand erom vroeg.
Dat patroon nam ze mee. Naar haar vriendschappen, naar haar huwelijk, en nu naar haar werk, waar diezelfde collega precies weet bij wie hij moet aankloppen.
In teams en organisaties
Ook in Mariekes team zie je deze dynamiek breder terug. Een collega pakt altijd extra taken op, ook al is hij eigenlijk allang op. De leidinggevende dempt elk conflict, en houdt zelf emotioneel afstand. Nog een ander teamlid zegt continu sorry, ook voor dingen die niet van hem zijn.
Teamsystemen hebben net als families hun eigen onzichtbare regels en verstrikkingen. Ziet niemand de onderstroom, dan bevestigen ze elkaar steeds opnieuw in oude rollen: Marieke als zorger, een ander als rebel, weer een ander als onschuldige. Zo houdt het systeem zichzelf in stand.
Wat er verschoof
Op een gegeven moment vraagt diezelfde collega opnieuw om hulp. Marieke voelt het vertrouwde “ja” al klaarliggen, en stopt. Ze zegt: ik kan dit er nu niet bij hebben, kun je het navragen bij iemand anders.
Er gebeurt niets dramatisch, want de collega zoekt gewoon iemand anders. En Marieke voelt, voor het eerst in lange tijd, geen schuldgevoel opborrelen achteraf. Alleen opluchting.
Een uitnodiging tot reflectie
Waar geef jij te veel. Welke lasten draag jij die niet van jou zijn. Waar voel jij je verantwoordelijk voor iets dat misschien niet jouw taak is. Wat zou je mogen teruggeven. Hoe zou het voelen om te ontvangen zonder je schuldig te voelen.
De systemische cirkel
De balans van geven en nemen is een universele wet. Hij nodigt je uit om je eigen plek in te nemen, voluit jezelf te zijn, te dragen wat van jou is, niet meer dan dat.
Je mag leren voelen wat van jou is, en wat je mag laten liggen. Ontvangen zonder je klein of schuldig te voelen, dat mag ook geleerd worden, net als Marieke deed op die ene gewone werkdag.
Een kleine stap vooruit
Het begint namelijk niet met groots veranderen. Het begint met één kleine stap, zoals Marieke die zette: een zin die ze niet eerder had durven zeggen, uitgesproken op een moment dat niemand er iets bijzonders van merkte.
Je bent niet hier om alleen te geven. Je bent hier om te leven, te ontvangen, te verbinden.
Durf jij te voelen wat echt van jou is, en wat je liefdevol mag teruggeven.
Vragen die vaak meespelen
Is een schuldgevoel altijd terecht? Nee. Een schuldgevoel voelt vaak alsof het klopt, en het zegt lang niet altijd iets over daadwerkelijke schuld. Het kan ook een aangeleerd patroon zijn dat losstaat van de situatie zelf.
Hoe weet ik of ik te veel draag voor een ander? Een signaal is dat je je verantwoordelijk voelt voor iets waar je feitelijk geen invloed op had, of voor gevoelens van een ander die niet van jou zijn om op te lossen.
Is dit hetzelfde als empathie hebben? Niet helemaal. Empathie is meevoelen met een ander, zonder jezelf kwijt te raken. Bij een te sterk schuldgevoel neem je de last van de ander over als was het je eigen last.
Kan ik dit patroon alleen doorbreken, of heb ik daar hulp bij nodig? Beide kan. Sommige mensen komen al een eind met bewustwording en kleine stappen zelf zetten. Zit het patroon dieper of blijf je vastlopen, dan kan begeleiding helpen om het patroon echt te doorbreken.
Durf jij te voelen wat echt van jou is, en wat je liefdevol mag teruggeven.
Herken je deze pleaser-dynamiek ook in de klas, bij het kind dat altijd voor anderen klaarstaat? Lees dan De stille leerling in de klas: wat stilte je vertelt als leerkracht.