Waarom hoogbegaafde kinderen soms bang zijn voor een cijferlijst
Het rapport ligt nog dichtgevouwen op tafel. Ze heeft er de hele middag omheen gelopen, huiswerk gedaan dat allang af was, drie keer haar kamer opgeruimd. Nu, met het rapport binnen handbereik, zegt ze dat ze eigenlijk geen honger heeft, en of ze straks pas mag kijken.
Haar cijfers zijn al jaren goed. Er is geen enkele reden om bang te zijn voor wat erin staat. Toch is haar lijf al de hele dag gespannen, alsof er iets op het spel staat wat niemand anders ziet.
Waarom een rapport meer oproept dan cijfers alleen
Voor veel kinderen is een cijferlijst een simpel overzicht. Voor een hoogbegaafd kind kan het iets anders worden: een moment waarop iemand oordeelt, zwart op wit, over wie je bent.
Dat verschil ontstaat vaak uit hoe vroeg en hoe sterk dit kind is gaan geloven dat zijn waarde samenvalt met zijn prestaties. Slim zijn, goed zijn in dingen, hoge cijfers halen, het werd ooit de manier om erkenning te krijgen. Een rapport wordt dan geen overzicht van vakken, het wordt een oordeel over of dat allemaal nog klopt.
Wat er precies angst oproept
Het is zelden de cijfers zelf die spanning geven, het is de onzekerheid vlak daarvoor. Zolang het rapport dicht is, kan het nog alle kanten op. Een hoogbegaafd kind dat gewend is de uitkomst al te weten voordat een toets is nagekeken, verliest bij een rapport juist die controle. Niemand vertelt vooraf wat erin staat.
Bij een kind dat perfectionistisch is ingesteld, komt daar nog iets bij. Sommige hoogbegaafde kinderen hebben een uitgesproken angst om beoordeeld te worden, blijkt ook uit praktijkervaring van Praktijk Hoogbegaafd, en blokkeren juist onder de druk van zo’n moment. Een negen naast een reeks tienen kan al voelen als een teken dat er iets misging. Voor bijna elk ander kind is een negen juist een uitstekend cijfer. De lat ligt dan niet bij voldoende, de lat ligt bij foutloos.
Hoe je dit in de klas of thuis herkent
Een kind dat in de dagen voor een rapport onrustiger is dan anders, meer hoofdpijn of buikpijn heeft, of juist overdreven druk doet alsof er niets aan de hand is. Sommige kinderen willen ver van tevoren al weten hoe het ervoor staat, om zich vast te wapenen tegen een verrassing. Weer een ander kind wil het rapport zelf amper aanraken, alsof het lezen ervan het waar maakt.
Dat gedrag wordt soms gelezen als overdreven of aanstellerig. Vaker laat het een kind zien dat voor hem meer op het spel staat dan een cijferlijst normaal zou moeten dragen.
Wat helpt
Praat over het rapport voordat het er is, niet pas op het moment zelf. Vraag wat het kind zelf verwacht, en wat het zou betekenen als dat anders uitpakt dan gedacht. Dat haalt een deel van de lading uit het moment zelf.
Reageer op een rapport met nieuwsgierigheid naar het verhaal erachter, niet met een eerste blik op de cijfers. “Wat vond je zelf het leukste vak deze periode” opent een ander gesprek dan “wat heb je gehaald”.
En maak apart bespreekbaar dat een cijfer iets zegt over een moment, niet over een mens. Dat onderscheid voelt voor een volwassene misschien vanzelfsprekend. Voor een kind dat allang gelooft dat prestatie en waarde hetzelfde zijn, is het een nieuw idee dat tijd nodig heeft om te landen.
Lastig gedrag of hoogbegaafheid?
13 signalen die erop wijzen dat hoogbegaafde kinderen in de klas vaak verkeerd begrepen worden.
Veelgestelde vragen over angst voor cijferlijsten
Is dit hetzelfde als faalangst? Het overlapt, en het is net iets specifieker. Faalangst gaat over het moment van presteren zelf. Angst voor een cijferlijst gaat vooral over het moment van beoordeeld worden, ook als het presteren daarvoor prima ging.
Moet ik een kind geruststellen voordat het rapport komt? Geruststellen met “het komt vast goed” helpt minder dan je zou denken. Vragen wat het kind zelf verwacht en voelt, opent meer dan een belofte die het kind zelf niet kan controleren.
Wat als de cijfers echt tegenvallen? Scheid dan het gesprek over het cijfer van het gesprek over het kind. Een tegenvallend cijfer is informatie over een vak of een periode, geen oordeel over wie dit kind is.
Kan dit ook bij heel jonge kinderen spelen? Ja. Ook zonder cijfers voelen jonge kinderen vaak al scherp aan wanneer een moment als beoordelend bedoeld is. Denk aan een rapportgesprek of een oudergesprek waar zij zelf niet bij zijn.
Wat je hiermee kunt
Terug naar het rapport dat nog dichtgevouwen op tafel ligt, en het kind dat liever geen honger heeft dan het open te maken. Die spanning gaat zelden over de cijfers die er straks in blijken te staan.
Ze gaat over de vraag die een kind zichzelf allang stelt, lang voordat er ooit een rapport bestond: ben ik nog goed genoeg als dit tegenvalt.
Herken je dit patroon vooral bij een kind dat onder zijn niveau lijkt te presteren? Lees dan Onderpresteren bij hoogbegaafde kinderen: als slim zijn niet zichtbaar wordt in cijfers. Of wil je dieper op perfectionisme als onderliggende oorzaak: Perfectionisme bij hoogbegaafde kinderen: signalen in de klas en wat helpt].
Wil je gedrag in de klas beter leren lezen? Download de gratis checklist ’13 signalen: lastig gedrag in de klas, wat als het iets anders is?‘ en ontdek welke signalen vaak verkeerd worden gelezen.